Iedereen de dupe van het Passend Onderwijs

In januari van dit jaar is de Wet op het Passend Onderwijs in gegaan. Maar nu al blijkt dat scholen zorgleerlingen weigeren en dat de scholen die dat niet doen, niet in staat zijn én de moeilijke kinderen én de rest voldoende aandacht te geven.

In de Wet op het Passend Onderwijsstaat dat zogenaamde ‘zorgleerlingen’ (bijvoorbeeld kinderen met autisme, ADHD, of een andere leer of gedragsstoornis) zoveel mogelijk ondergebracht moeten worden in het regulier onderwijs. Met als doel elk kind te laten opgroeien in zo ‘gewoon’ mogelijke omstandigheden. Nu, 9 maanden later, blijkt dat leraren het maar moeilijk kunnen bolwerken om zowel de gewone, als de speciale kinderen in hun klassen genoeg aandacht te geven. Het Passend Onderwijs blijkt de meeste leerlingen helemaal niet zo goed te zitten.

Ingewikkelde problematiek

Onderzoek van het Algemeen Dagblad en DUO wijst uit dat de klassen veel te groot zijn en de leraren te weinig hulp krijgen om in de behoeften van zorgleerlingen te voorzien. Per klas hebben gemiddeld vijf kinderen extra aandacht nodig. Deze kinderen kampen vaak met ingewikkelde problematiek, waar veel aandacht en begeleiding bij nodig is. Met nog minstens twintig andere leerlingen in de klas om te onderwijzen en te sturen, groeit de werkdruk de leraren danig boven de pet. Bovendien zijn zij niet zelden te weinig toegerust op het in goede banen leiden van bijvoorbeeld autisme-problematiek. De onderwijzers voelen zich onthand en bovendien slecht voorbereid. En op die manier sta je nou eenmaal niet heel lekker voor het bord.

Daarnaast ontstaan er steeds vaker situaties waarin de ‘gewone’ kinderen in een klas de dupe worden van alle extra zorg en aandacht die er noodgedwongen naar hun zorgintensieve klasgenootjes gaat. Leraren geven aan dat ze zoveel tijd kwijt zijn aan het begeleiden van de zorgleerlingen in hun klas, dat het ten koste gaat van de kwaliteit van het onderwijs waar kinderen zonder etiketje net zo goed recht op hebben. Bovendien hebben de kinderen met een extra zorgbehoefte het zwaar in reguliere klassen. De groepen zijn te groot, ze krijgen niet de individuele aandacht die ze gewend zijn en bovendien hard nodig hebben en voelen zich vaak onbegrepen. Integreren in de groep wordt daardoor nog moeilijker dan het van nature voor hen al is, wat vervolgens weer direct invloed heeft op hun schoolresultaten.

Gestreste kinderen, overwerkte leraren

Wat heeft het Passend Onderwijs ons het afgelopen schooljaar opgeleverd? In een notendop: gestreste kinderen, overwerkte leraren en slechte rapporten. Hoewel elke nieuwe maatregel de nodige opstartproblemen kent en je niet kunt verwachten dat alles meteen op rolletjes loopt, moeten we ons gaan afvragen of we op onderwijsgebied de goede weg zijn ingeslagen. Gelijke kansen in het onderwijs en ieder kind in een zo ‘normaal’ mogelijke omgeving klinkt allemaal prachtig. Maar laten we even eerlijk zijn: realistisch is het gewoon niet. Niet iedereen is ‘normaal’. En heb je ADHD, autisme of iets anders ingewikkelds, is het dan reëel dat er van je verwacht wordt dat jij tussen de gemiddelde kindertjes heel braaf je dicteetje maakt? Of dat je het wel redt als de meester het jou één keer uitlegt, net als aan alle anderen, terwijl je eigenlijk tien keer nodig hebt? Nee, want je bent niet voor niets een beetje anders.

Ik, als moeder van zo’n zorgenkind, zie het somber in met dat Passend Onderwijs. Niet eens voor mijn eigen zoon, want die kon bij Gods gratie nog geplaatst worden op een speciale school. Maar wel voor zijn collega-abnormalen, die collectief verdrinken op het regulier onderwijs. En ook voor hun klasgenootjes die wel netjes in de pas lopen, maar het vervolgens in de klas zelf maar uit mogen zoeken, omdat de juf geen tijd meer voor hen heeft.

Volgens de schooldirecteuren komt het allemaal wel goed en gaan we uiteindelijk zien dat ieder kind zich optimaal kan ontwikkelen op het regulier.. Maar ik moet het nog zien. Vooralsnog komt de melk en honing nog niet uit Passend Onderwijsland stromen. Het zou me niet verbazen als we daar binnen afzienbare tijd te kampen hebben met verregaande voedselschaarste.