Opgesloten na de lockdown – hoe Corona mijn zoon gegijzeld heeft

De coronacrisis lijkt langzaam op zijn retour, in ieder geval voor kinderen. Nu de scholen weer helemaal open zijn, is hun gevangenschap voorbij. Maar niet voor mijn zoon, wiens autisme hem sterker in z’n greep heeft dan ooit.

Afgelopen weekend hoorden Mario en ik opeens een hels kabaal van boven komen. Bij binnenkomst in de kamer van mijn zoon zagen we nog net hoe hij zijn zusje met kracht tegen de muur aan smeet. Het soort woede en de agressie die van hem afstraalden hadden we al heel lang niet gezien. Zo kenden we hem niet. Althans, niet meer. Er was een tijd dat dit soort frustratie aan de orde van de dag was. Dat er gesmeten werd met dingen, dat hij schopte en sloeg. Ooit sloeg hij mij bewusteloos met een plastic potje, omdat hij zo overmand was door emoties die hij niet kon kanaliseren. Maar dat was toen. Die tijd was voorbij. Dachten we. Maar toen kwam Corona. En al heel vroeg in deze crisis wist ik dat we hem kwijt zouden raken. De vraag was dan ook niet of, maar wanneer hij zou verdwijnen. En nu zijn we hem dan inderdaad kwijt.

Moe gestreden

De afgelopen maanden zijn voor mijn zoon een uitputtingsslag geweest. Met man en macht heeft hij geprobeerd zich staande te houden in een storm die hem omver probeerde te blazen. De grond is onder zijn voeten weggeslagen, maar toch is hij overeind blijven staan. Maar nu die storm dan eindelijk een beetje is gaan liggen, kunnen zijn benen hem niet meer dragen. Te lang heeft hij op zijn tenen moeten lopen. Nu het coronavirus haar greep op de wereld langzaam verslapt, wordt mijn zoon gegijzeld door zijn autisme dat zich al die weken stilletjes heeft gevoed met al die prikkels die hij te verstouwen kreeg. En dat nu de munitie heeft om krachtig om zich heen te grijpen, nu mijn zoon uitgeput en moe gestreden is.

Terug bij af

Als ik naar mijn zoon kijk, dan zie ik hem niet meer. Hij is weg. Voor me staat een onrustig, fladderend kind, wiens ogen me wel aankijken, maar waarin hij niet meer te zien is. Hij staart door me heen en hoort me niet als ik hem aanspreek. De juf vertelt me dat hij door de klas met stoelen heeft gesmeten omdat hij zomaar opeens boos werd. Thuis moet ik zijn zusje, met wie hij normaliter twee handen op één buik is, van de vloer af pellen, omdat hij haar te lijf ging. Zijn gezicht is bleek en zijn ogen zwart omrand, omdat hij ‘s avonds uren wakker ligt en in het donker grip probeert te krijgen op zijn wereld, die hem voor zijn gevoel plotseling in de steek heeft gelaten. Als ik hem probeer te knuffelen, verstrakt zijn lichaam en kan hij mijn aanrakingen niet verdragen omdat ze voelen als steken op zijn toch al zo overprikkelde huid. Het voelt alsof we terug zijn geworpen in de tijd. Alsof Corona alles waar mijn zoon zo hard voor gewerkt heeft, alles wat hij de afgelopen jaren heeft bereikt, heeft weggevaagd. Hij is weer terug bij af. Alleen, eenzaam en bang.

Marathon

Soms zeggen mensen tegen me dat ik niet zo negatief moet doen over autisme. Dat ik mijn zoon niet accepteer zoals hij is omdat ik praat over zijn autisme als een beperking. Dat het juist een gave is. Maar dit is dus de reden. Dit is de reden dat ik het niet als een gift zie, maar als een vloek. Niet omdat autisme iets slechts is. Maar omdat het mijn zoon weinig goeds brengt. Mijn zoon is bang. Hij is verdrietig. Hij voelt zich overgeleverd en onbegrepen. En hij is moe. Zijn leven is een marathon en iedere keer als de finishlijn een klein beetje in zicht lijkt te komen wordt de weg verlegd en moet hij nog meer meters maken. Ik zou de race zo graag voor hem willen lopen, maar het enige dat ik kan doen is hem langs de kant staan aanmoedigen. Hem laten weten dat ik zijn supporter ben. Ook al hoort hij mij niet meer door het gedreun van zijn voetstappen op die ellenlange weg die hij moet afleggen. Wat moet het een uitputtingsslag zijn. En wat ik het allerliefst voor hem zou willen is rust.

Langzaam gaat de wereld weer een beetje open, langzaam komen we weer vrij. Maar mijn zoon zit opgesloten en ik kan hem niet bevrijden. Ik kan alleen maar wachten tot zijn autisme hem weer een beetje loslaat, de deur van zijn kooi weer op een kiertje zet. Zodat ik zijn hand kan pakken en hem eruit kan trekken. Hem weer veilig in mijn armen kan sluiten. En ik mijn zoon dan eindelijk weer terug heb.

Leave a Comment

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *

Deze website gebruikt Akismet om spam te verminderen. Bekijk hoe je reactie-gegevens worden verwerkt.