Toen ik mijn zoon moest vertellen dat hij autisme heeft

Hoe vertel je je kind dat het anders is dan andere kinderen? Ik zag al jaren tegen dat moment op. Maar nu moest het er dan toch van komen.

Mijn zoon wordt binnenkort acht jaar. Soms kan ik niet geloven hoe ontzettend groot hij al is. Omdat het wel gisteren lijkt dat hij maar niet uit mijn buik wilde komen. Dat ik strontchagrijnig met mijn enorme toeter op de veranda van mijn Californische appartement zat te wachten tot de bevalling eindelijk begon. En hoe hij toen uiteindelijk, na bijna 42 weken, op die gouden herfstdag geboren werd. Het allermooiste en liefste jongetje van de wereld. Mijn autistische jongetje. Ik wist het al heel snel, dat hij anders was. Mensen vragen me nog steeds weleens hoe dat dan kan, maar nog steeds kan ik dat niet uitleggen. Ik wíst het gewoon. Omdat ik zijn moeder ben, denk ik. Een andere verklaring kan ik er niet voor geven. Maar vanaf dat moment, toen hij nog maar zo heel klein was, stond ons leven in het teken van autisme. En dat autisme houdt ons inmiddels al acht jaar bezig. We staan ermee op en we gaan ermee naar bed. Het is bij ons gaan horen, zoals het bij onze zoon hoort. Maar hoe normaal het voor ons ondertussen ook geworden is, ik heb altijd geweten dat er een moment zou komen dat we hem moesten vertellen dat zijn normaal, ons normaal, dus eigenlijk juist anders is.

Hoe zou de boodschap aankomen?

Daarom riep ik hem laatst bij me en vroeg hem samen met mij naar een filmpje te kijken. Een filmpje over een jongetje zoals hij. Een jongetje dat vertelde hoe hij de wereld zag. Dat het voor hem soms moeilijk was om die wereld te begrijpen en zich er staande in te houden. Omdat hij niet was zoals andere kinderen. Na afloop vroeg ik mijn zoon wat hij ervan vond en de eerlijkheid gebiedt te zeggen dat ik best wel bang was voor zijn reactie. Want wat gebeurt er als je een jongetje confronteert met het feit dat hij niet ‘normaal’ is? Hij is tenslotte weliswaar autistisch, maar niet gek. Dus hoe valt zo’n boodschap dan? Even was het stil. Bedachtzaam keek mijn zoon voor zich uit, ik kon de radartjes in zijn hoofd bijna zíen draaien. En toen keek hij me aan. Glimlachte en vertelde me dat hij dacht dat het jongetje in het filmpje autisme had, net als hij zelf. Dat hij ook anders was dan andere kinderen en dat dat de reden was dat de dingen soms voor hem wat moeilijker gingen. Er was geen verbazing in zijn stem en zijn gezicht, het was alsof hij iets vertelde dat voor hem al heel lang een gegeven was. Alsof hij al lang wist wie hij was. Ook al had niemand hem dat ooit verteld.

Blij met wie hij is

Op mijn vraag wat hij vond van het feit dat hij autisme heeft antwoordde mijn zoon: “Ach mama, dat vind ik helemaal niet erg, hoor. Het betekent gewoon dat ik een beetje anders ben dan de meeste mensen. Maar weet je, dat vind ik juist fijn. Tenslotte kun je beter anders zijn, dan hetzelfde als iedereen.” En toen moest ik moeite doen om niet te huilen. Want een grotere opluchting dan deze reactie was er voor mij niet. Al jaren zag ik op tegen dit moment, tegen de dag dat ik mijn zoon moest vertellen dat hij anders is. Niet omdat ík dat vervelend vindt, maar omdat ik niet wil dat híj zich vervelend voelt over wie hij is. Dat hij zich schaamt voor zichzelf. Dat hij het gevoel heeft dat hij erbuiten valt. Dat de wereld hem niet accepteert. Want, hoe onterecht ook, helaas is dat vaak zo. Helaas wordt hij vaak met argusogen door die wereld bekeken en er zelfs door bespot. Wat mij, als zijn moeder, vreselijk veel pijn doet. Omdat hij die wereld juist zoveel mooier maakt en ik zou willen dat meer mensen dat zouden zien. Maar in ieder geval kon ik mij tot nu toe berusten in het feit dat mijn zoon zelf in ieder geval nog niet wist hoe de wereld tegenover hem stond. Misschien heb ik dit gesprek daarom wel zo lang uitgesteld. Omdat ik hem het liefst in het ongewisse had gehouden. Hem eigenlijk voor altijd had willen beschermen tegen de wereld en haar oordelen. Maar mijn zoon wist het al lang. En het kan hem simpelweg niets schelen. Omdat hij wél blij is met wie hij is.

Keer op keer op keer verbaast dit kind mij weer. Realiseer ik me dat ik hem onderschat. Word ik weer geconfronteerd met het feit dat dit kind veel meer kan, veel meer is, dan alleen maar een kind waarmee iets ‘mis’ is. Een kind dat een ‘probleem’ heeft. Want dat is het dus: mijn zoon vindt helemaal niet dat hij een probleem heeft. Wíj vinden dat. Híj vindt zichzelf prima zoals hij is. Hij accepteert zichzelf en ziet vooral zijn kwaliteiten ipv zijn tekortkomingen. Omarmd de wereld zoals hij die ziet en trekt zich niks aan van wat anderen van hem vinden. En dat is, eigenlijk, iets waar de meeste mensen nog heel wat van zouden kunnen leren. Tenslotte zijn zovelen van ons ons hele leven alleen maar bezig met ‘normaal’ zijn, met erbij horen. Met vooral niet afwijken. Waardoor we eigenlijk dus niet onszelf zijn. Onszelf verloochenen omdat we ons teveel aantrekken van wat anderen van ons vinden. En ik denk dat we allemaal kunnen beamen hoe vermoeiend en zonde dat eigenlijk is. Mijn zoon is niet zoals iedereen en krijgt het ook niet voor elkaar om te doen alsof. Maar dat zou hij niet eens willen. Omdat hij weet: dat is nergens voor nodig. Want waarom zou je iemand anders proberen te zijn, als wie je bent al meer dan goed is?

Er zullen in de toekomst nog een hoop momenten komen dat mijn zoon het moeilijk krijgt met de wereld om hem heen. Omdat anders zijn in een generieke wereld nou eenmaal niet eenvoudig is. Maar ik weet nu dat hij zich daar niet door uit het veld zal laten slaan. Omdat hij heel goed weet wie hij is, wat hij kan en daar tevreden mee en bovendien trots op is. En hij mag dan misschien anders zijn, dat is aal heel wat meer dan heel veel ‘normale’ mensen kunnen zeggen.