Waarom je met slecht slapende kinderen echt geen snurkende partner kunt hebben

Bijna iedere ouder lijdt aan chronisch slaaptekort. Als dat door je kinderen komt, is dat vervelend, maar nog daaraan toe. Het hoort er tenslotte bij. Maar wat als je wakker ligt omdat je partner iedere nacht de oren van je kop snurkt? Vala is er na zeven jaar slaaptekort een beetje klaar mee.

Ik kan inmiddels heel goed functioneren op een minimale hoeveelheid slaap. Daar ben ik noodgedwongen in getraind, aangezien mijn oudste twee kinderen de meest dramatische slapers ooit waren. Jarenlang heb ik het moeten doen met maximaal drie uur per nacht (járen dus, geen weken of maanden, nee, járen). Dat ik niet ten onder ben gegaan aan een delirium, of op z’n minst gek ben geworden, is eigenlijk een klein wonder en, al zeg ik het zelf, een prestatie van formaat. Echter, ik weet niet hoe lang ik dat nog volhoud, want hoewel mijn kinderen ondertussen doorgaans (doorgaans dus hè, niet altijd) redelijke nachten maken (en dan heb ik het nog niet gehad over de ochtenden, want die beginnen dus door de bank genomen nog steeds rond een uur of 05.00) zijn mijn nachten immer nog gebroken. Nu is het alleen niet langer mijn kroost die me uit mijn slaap haalt, maar mijn echtgenoot. En hij heeft ‘s nachts toch echt geen fles meer nodig.

Lees ook: Waarom papa op de eerste plaats moet komen (en je kinderen dus niet).

Want hoewel ik Mario in mijn artikelen met enige regelmaat bejubel, zijn uitstekende kwaliteiten als vader en geëmancipeerde man etaleer en bovendien graag opschep over zijn gespierde voorkomen in een tanktop kan ik niet zeggen dat hij een goede bedpartner is (in de bredere zin van het woord hè, voordat straks op social media gaat rondzingen dat Vala van Me to We belabberde seks heeft). Mijn man heeft één groot minpunt: hij snurkt. Niet af en toe, zoals iedereen, als ‘ie verkouden is ofzo, of als hij een keer een biertje teveel op heeft, nee, gewoon áltijd. Iedere nacht. En het is ook geen bescheiden snurkje, dat je nog wel schattig kunt vinden en de kop in drukt met een goedgemikte por zodat ‘ie zich omdraait. Nee, mijn man snurkt met passie. Hard, alles overweldigend. En nimmer aflatend. En dus lig ik wakker. Heb ik eindelijk, ten langen leste, na jaren van slaapmarteling waar ze in een Navy Seal trainingskamp nog voor zouden terugschrikken, slapende kinderen, hangen mijn wallen nog steeds op mijn knieën. En alle ouders van slecht slapende kinderen zullen beamen: van je kinderen kun je het hebben, maar wakker liggen van je partner, dat legitimeert wel bijna een echtscheiding.

Nou ben ik al een keer gescheiden en is dat, net zoals ze zeggen van het huwelijk, bij voorkeur iets dat je maar één keer doet (en nou ja, het is maar de vraag of er nog wel mensen komen opdagen als ik een derde keer mijn opwachting maak voor het altaar, want dan is het nieuwtje er wel af tenslotte), dus ik vrees dat er weinig anders op zit dan te accepteren dat het concept van slapen voor mij een droom zal blijven die nooit uitkomt. Had ik dat zeven jaar geleden, toen ik hoogzwanger was van mijn eerste, maar geweten. Dan was ik blij geweest met al die dagen dat ik overtijd liep en had ik de inleiding twee weken na mijn uitgerekende datum gewoon geweigerd. Stel je voor, misschien was mijn zoon dan wel gewoon 50 weken blijven zitten. De bevalling was dan weliswaar wat lastiger geweest, maar dat had me tien extra weken slaap gegeven! En, nou ja, iets met een kosten-baten analyse. En alle kleine beetje helpen.

Iedere nacht zit ik met roodomrande ogen rechtop in mijn bed, terwijl Mario naast mij een heel oerwoud ligt om te zagen. Het voelt alsof ik weer een kleine baby heb. Als ik over straat loop werpen andere moeders bevreemdende blikken in de kinderwagen als ze zien dat mijn jongste inmiddels al een flinke dreumes is, maar ik er nog steeds bijloop alsof ik haar zes nachtvoedingen heb moeten geven. En waar bij een kleine baby een paar slokken warme melk de rust doorgaans nog doen weerkeren, is er tegen Mario’s donderend nachtelijk geraas geen kruit gewassen. Zelfs de dokter kan er niks aan doen, want mijn stille hoop dat hij een neus vol woekerende poliepen had die dan chirurgisch verwijderd konden worden, of een zeldzame tumor in zijn keel die zijn strottenhoofd dichtdrukt, bleek ongegrond. “Sorry mevrouw, uw man snurkt gewoon. Niks aan te doen.” Dus sta ik iedere ochtend maar weer huilend naast de koffiemachine op een Nespressocupje te kauwen. Zelfs de zwarte variant met extra caffeïne werkt niet meer afdoende, dus inmiddels overweeg ik XTC.

Het enige voordeel dat Mario’s gesnurk nog heeft is dat inmiddels ook de kinderen erdoor uit hun slaap gehaald worden. De kinderen, die dus een verdieping lager liggen met hun slaapkamerdeur dicht. Zo’n volume kan zelfs de meest geoefende huilbaby bijna niet produceren. Dan zit mijn oudste dochter ‘s ochtends met een bleek snoetje aan haar boterhammen en zegt dan: “Mario snurkte wel weer, hè mam?”, waarna haar grote broer zich tollend van vermoeidheid in zijn kom muesli probeert te verdrinken. En dan denk ik, stiekem en heel even: ja ja, lieve kinderen, Karma is bitch. Dat krijg je nou van al dat nachtbraken. Alles wat je doet, dat krijg je terug. Maar die triomf houdt nooit lang aan, want ik ben simpelweg te moe om me te verkneukelen. En bovendien: over Karma gesproken, dat van mij moet dus wel inktzwart zijn. Want wakker liggen van je kroost, is één ding, maar daarna ook nog nachtbraken door je man, dat is toch wel heel wreed. Misschien dat ik mijn moeder daarom vroeger eigenlijk alleen maar in het weekend zag. Doordeweeks zat ze waarschijnlijk in het gesticht. Om te herstellen van haar slaapdelirium. Sorry mam.

Lees ook: 12 Relatieregels voor kersverse ouders om elkaar niet te gaan haten.