Ja, ik ben gescheiden, maar nee, ik ben niet parttime moeder

Mijn ex-man en ik hebben co-ouderschap over onze twee kinderen. Dit betekent dat ze de ene week bij mij en de andere week bij hem, zijn. “Zeker wel lekker hè, even rust?” zeggen mensen vaak. Maar zo fijn is dat helemaal niet.

Als je kinderen krijgt ga je ervan uit dat je ze altijd bij je zult hebben. In ieder geval tot ze 18 zijn en je zo genoeg van ze hebt, dat je ze het huis uit schopt. Je denkt dat je ze iedere avond in zult stoppen, ‘s ochtends als de wekker gaat meteen een dikke knuffel krijgt en gewoon, in de wetenschap bent, dat je kinderen er zijn als je ‘s avonds uit je werk komt. Maar als je dan opeens gaat scheiden, is dat niet meer zo. Er zijn een heleboel ouderschapsconstructies te bedenken, voor ouders die niet meer bij elkaar zijn. Mijn ex-man en ik doen het fifty/fifty. Een week bij hem, een week bij mij. Dat werkt in ons geval het beste. Op zich ben ik blij met onze regeling. Maar toch, in ‘zijn’ weken, voel ik me altijd weer onthand en leeg.

Om de week vrij

Laatst zei iemand tegen mij: “Goh, eigenlijk ook wel fijn, hè? Ben je om de week een weekje vrij. Luxe lijkt me dat, nu ben je lekker parttime mama”. Even had ik de neiging boos te worden, maar ik heb me ingehouden. Ergens snap ik zo’n opmerking best wel. Altijd bij je kinderen zijn, iedere dag moeten zorgen, dat is zwaar. Nooit een momentje rust, nooit even geen vragende stemmetjes, plakkerige handjes, nooit, maar dan ook nooit een doorslaapnacht. Dan snak je naar een weekje ‘vrij’, naar even ontslagen zijn van het ouderschap. Maar weet je wat het is, parttime ouderschap bestaat niet. Ook niet als je je kinderen niet altijd bij je hebt.

Natuurlijk, als mijn kinderen bij hun vader zijn, zijn er veel dingen makkelijker. Opeens kan ik zeven nachten doorslapen. Ik heb in zo’n week geen ochtendspits, maar kan rustig opstaan met een cappuccino. Om 17.00 uur hoef ik me niet met klotsende oksels naar het kinderdagverblijf te haasten. En ik zit een week lang niet aan tafel met mekkerende kinderen die al hun groenten weigeren. Dat is inderdaad lekker rustig. En laten we gewoon maar eerlijk zijn: daar geniet ik ook heus wel van. Van precies kunnen doen wat ik zelf wil, zonder dat er weer een walmende poepluier voorbij komt stappen. Of er iemand wéér hetzelfde verhaaltje van Jip en Janneke wil horen. Ja, het is relaxed, zo’n week. Maar ook al kun je iedere ochtend zes cappuccino’s drinken, dat weegt niet op tegen die lieve koppies aan je ontbijttafel.

Geamputeerd

Soms, als ik ‘s nachts naar de wc moet en mijn kinderen zijn die week bij papa, ga ik in het donker in hun kamertjes staan. Dan kijk ik naar die lege bedjes en dan voel ik mij geamputeerd. Het klopt niet, die bedjes zonder klein, slapend lijfje onder de dekens. Soms, als ik in het weekend in mijn eentje op de bank zit, overvalt me opeens een golf van paniek, omdat ik heel even denk dat ik mijn kinderen ergens vergeten ben. Omdat ik me even niet meer realiseer dat ze die week in hun andere huis zijn. Omdat het onnatuurlijk voelt om wel moeder te zijn, maar je kinderen niet om je heen te hebben. Ik ben geen parttime mama, ook niet als het niet ‘mijn week’ is. Ook al zijn ze dan fysiek niet bij me, ik draag mijn kinderen altijd met me mee. Ouder ben je niet parttime, ouder ben je permanent. Omdat je kinderen nou eenmaal verankerd zitten in je wezen, of je nou fulltime, parttime, deeltijd, weekend, of co-ouder bent. Hoe je het noemt, of hoe je het ook regelt, ouder blijf je, ook als je de stemmetjes van je kinderen alleen maar in jezelf hoort en niet om 05.00 uur ‘s morgens, als ze weer eens te vroeg wakker zijn.

Dus nee, het is niet ‘luxe’ om een gescheiden moeder te zijn, ook al heb ik steeds een weekje ‘vrij’. In die week ben ik niet opeens minder moeder. Dat kan helemaal niet, omdat mijn kinderen nooit weg zijn uit mijn hart. Liever had ik ze gewoon altijd bij me, liever had ik wel gebroken nachten, alle dagen broccoli tegen het plafond en Lego door de hele kamer. Ook al is dat soms zwaar en snak je dan naar even rust. Want ja, eventjes geen kinderen is lekker, maar toch, iedere keer als ik ‘s nachts weer in die stille, lege kamertjes sta, dan mis ik ze zo erg dat het pijn doet.