Praten met peuters? Die van mij krijgt gewoon straf

Leven met een peuter is niet eenvoudig. Hoe klein ze ook zijn, ze kunnen groots stout zijn. Maar wat doe je als je peuter zich misdraagt? In ieder geval niet straffen, zeggen de opvoedgoeroes. Ik zeg: wat een bullshit.

Een tijdje geleden las ik op RTLNieuws.nl het verhaal van journalist Anne Broekman die zich afvroeg wat ze met haar pittige drie-jarige peuterdochter moet. Als de Duplo weer eens door de kamer vliegt, hoe moet je als ouder dan reageren? Is het een goed idee om je kind op de gang te zetten, of het die avond z’n tv-momentje te ontzeggen? Nee, is het devies van tegenwoordig in opvoedland. Straffen is niet meer comme-il-faut in de hedendaagse pedagogiek. “Een peuter straffen zou ik ten zeerste afraden” aldus ontwikkelingspsycholoog Steven Pont. “In straf zit een vernederend aspect. Het is boetedoening voor bepaald gedrag, maar lost niets op.” Een peuter begrijpt namelijk helemaal niet waarom hij op de gang gezet wordt en dus houdt-ie alleen maar op met z’n slechte gedrag omdat hij niet op de gang wil, niet omdat-ie snapt waarom hij de kat niet aan z’n staart mag trekken. De intrinsieke motivatie om het gedrag te veranderen is er dus niet. Er is slechts de extrinsieke motivatie om geen straf te krijgen. Dus wat bereik je daar dan mee?

Lachwekkend

Heel simpel, wat mij betreft: het feit dat de peuter niet meer aan de kat z’n staart trekt. Het interesseert mij namelijk weinig waaróm-ie dat niet meer doet, áls-ie het maar niet meer doet. Dat is het beste wat je bij een kind van zo’n jonge leeftijd kunt bereiken. Het is allemaal leuk en aardig met die intrinsieke motivatie, maar het is een illusie om te denken dat een peuter in staat is om te reflecteren op z’n eigen gedrag. “Vraag aan je kind wat er nou eigenlijk aan de hand was,” zegt Steven Pont “en leg uit dat jij ‘zeurt’ als reactie op wat jouw kind doet.” Het spijt me Steven, maar ik moet hier een beetje om lachen. Vragen aan een peuter wat er aan de hand was? Bij welke peuter heeft dat in godsnaam zin? Welke peuter komt dan vervolgens met een goed beargumenteerde redenering omtrent zijn gedrag? Geen enkele peuter. Een peuter weet van voren nauwelijks dat-ie van achteren leeft. Bovendien, er is geen andere reden dat een peuter doet wat-ie doet dan: omdat het kan. Het enige dat die peuter vervolgens moet leren is dus dat het níet kan. En ‘zeuren’? Je zeurt als ouder niet als je je kind te kennen geeft dat zijn gedrag niet op prijs gesteld wordt. Door tegen je kind te zeggen dat je zeurt degradeer je jezelf en je autoriteit als ouder. Dan kun je dus net zo goed direct ophouden met opvoeden, want wat je je kind daarmee leert is slechts dat wat jij te zeggen hebt er niet toe doet.

Vervelende asociaal

Dat praten met peuters van tegenwoordig, ik vind het je reinste flauwekul. Er komt vanzelf een moment dat je kind de tegenwoordigheid van geest krijgt om te snappen waarom bepaalde dingen niet mogen, dat de kat een levend wezen is dat pijn kan voelen en dat het daarom niet de bedoeling is dat je aan z’n staart trekt. Maar tot die tijd moet een kind weten dat z’n gedrag consequenties heeft. Dat er regels zijn en dat het gewoon moet luisteren naar z’n ouders. En dat het gevolgen heeft als het dat niet doet. Dat is niet vernederend, dat is opvoeden. Dat is namelijk ook de realiteit van het leven: doe je iets wat niet de bedoeling is, dan kom je daar niet mee weg. Leert een kind dat niet, dan wordt het een vervelende asociaal die zichzelf boven de rest van de wereld verheft. Wat niet alleen nadelig is voor de mensen om hem/haar heen, maar vooral ook voor zichzelf. Omdat het nou eenmaal lastig functioneren is in een wereld die niet alleen om jou draait en waarin iedereen bovendien een bloedhekel aan jou heeft. Dat is pas vernederend. En dat heb je dan te danken aan je ouders.

Lullen als Brugman

Ik heb twee peuters opgevoed en ben nu bezig mijn derde kind door deze periode heen te loodsen. Sinds kort heeft de peuterpuberteit bij haar keihard toegeslagen en heeft ze dus haar kont spectaculair tegen de krib gegooid. Natuurlijk vertel ik haar waarom ze niet met Duplo mag smijten en waarom ze niet op de muur mag kleuren, maar ze krijgt dus echt ook straf als ze het vervolgens nog een keer doet. Ik kan lullen als brugman tegen mijn peuterdochter, met haar communiceren tot ik een ons weeg, maar met een kind van 2.5 jaar valt simpelweg niet te praten. Dat moet je niet willen en dat kun je niet verwachten. Maar wat ik ook niet wil is dat een smurf van nog geen drie turven hoog de scepter gaat zwaaien in mijn huis. Wat dus precies is wat er gebeurt als je geen consequenties verbindt aan de acties van een rellende peuter.

Geen fluwelen handschoentjes

Met alle respect voor de moderne pedagogiek, maar ik zie het om me heen gebeuren bij ouders die bang zijn dat ze hun kind een hechtingsstoornis bezorgen als ze het twee minuten op de gang zetten. Dat zijn de kinderen die op verjaardagen met hun kleverige handjes ongevraagd in alle bakjes met hapjes graaien. Dat zijn de kinderen die op school niet naar de juf luisteren omdat ze niet geleerd hebben met autoriteit om te gaan en hun plaats niet weten. Noem me ouderwets, maar ik weiger mijn kroost met fluwelen handschoentjes aan te pakken omdat een paar minuten op de trap zitten zogenaamd schadelijk zou zijn voor de kinderziel. Zo teer is die namelijk niet. En al was dat wel zo, dan is het tijd dat daar wat eelt op komt. Anders krijgt een kind het later bijzonder moeilijk in het leven

Je kind opsluiten in de kast onder de trap, of afranselen met papa’s lederen riem, dat is een manier van straffen waarbij ik me kan voorstellen dat er later een rondje psychotherapie aan te pas moet komen. Maar je peuter z’n dagelijkse portie Peppa Big onthouden omdat-ie weer z’n boterham met pindakaas in het tapijt geprakt heeft is echt geen kindermishandeling. Regels zijn regels en die moeten nou eenmaal nageleefd worden. En wie zich brandt moet op de blaren zitten. Of op de trap dus, bij ons thuis. Daar krijgt mijn peuter echt geen trauma van. Hoogstens een houten kont.

Leave a Comment

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *

Deze website gebruikt Akismet om spam te verminderen. Bekijk hoe je reactie-gegevens worden verwerkt.

  • Hi Vala,

    Interessant stuk. Interessant omdat ik het tot voor kort roerend met je eens was, maar sinds kort toch mee ga met Steven Pont. Ook ik was er van overtuigd dat de gemiddelde peuter niet kan aangeven wat hem of haar beweegt. Inmiddels weet ik dat peuters dat wel degelijk kunnen, maar dat ze daar wel wat hulp bij nodig hebben van hun ouders. Die zijn immers vaak taliger dan de gemiddelde 2 jarige. Als peuters zich oprecht gehoord voelen, is straffen vaak niet nodig. Dat betekent wat mij betreft niet dat er geen grenzen zijn, die zijn er nog steeds. In het geval van de kat had het gesprek met de peuter er zo uit kunnen zien.

    ” Stop, jij trekt de kat aan zijn staart. Je wilde met hem spelen, klopt dat?
    Ja
    “Dat snap ik, die staart is ook zo lang. Ik zou daar ook wel de hele dag aan willen trekken. Maar dat gaat niet want dan doe ik de kat pijn. Kijk maar, de poes is weggerend en kijkt bang”
    “Als je met de kat wil spelen, kun je de muis naar hem gooien. Zullen we die samen zoeken?”

    Mijn dochter voelt zich hier door gehoord en door dit consequent te herhalen past ze haar gedrag aan omdat ze oprecht snapt wat de consequenties van haar handelen zijn. Ik zie juist dat ze daar socialer van wordt en niet asociaal.
    Ik vind dat ontzettend moeilijk en het vraagt een eindeloos geduld, wat me af en toe opvreet. Maar ik wil dat ze opgroeit in een wereld waarin het normaal is om gehoord te worden en waarin mensen uitgaan van elkaars positieve intenties. Nee, de wereld is nu nog niet zo en noem me een idealist, maar ik voed mijn kind graag op in een wereld waarin ik graag zou leven.
    Ook ik had het vele malen simpeler gevonden als het credo van het ouderschap ‘mijn wil is wet’ was gebleven. Dat is ook hoe ik en alle generaties voor ons zijn opgevoed en wat de heersende overtuiging is en blijft. Gedragen je kinderen zich netjes, dan heb je het als ouder goed gedaan. Maar eerlijk is eerlijk: dan heb je ze een trucje aangeleerd. En onze kinderen zijn tot zoveel meer in staat dan het aanleren van trucjes, als je maar oprecht naar ze luistert.