Rot op en laat me met rust – waarom mama altijd boos is

Veel moeders zijn altijd boos. Geïrriteerd, prikkelbaar en kortaf. We willen het niet, maar kunnen er niks aan doen. Omdat we er zo gek van worden. Waarvan? Van alles.

Je voelt het langzaam opkomen, vanuit je tenen. Er heeft weer iemand z’n schoenen in de gang laten slingeren waar jij net bijna over gevallen bent terwijl je met een mand vol was naar boven ging. In de badkamer zie je dat weer iemand de wc niet doorgetrokken heeft. Dat gevoel kruipt verder omhoog, je voelt hoe je langzaam begint te koken. Terwijl je de enorme stapel was in de machine probeert te proppen zie je vanuit je ooghoek de chaos in de kamers van je kinderen. Terwijl je toch echt al zes keer had gevraagd of ze die wilden opruimen. Op de vensterbank van de babykamer ligt een luier die duidelijk vol zit met poep.  Hoe lang ligt die er al? Waarschijnlijk al sinds vanmorgen, toen je je man naar boven had gestuurd om de baby te verschonen. Je voelt je lippen in een strakke streep trekken. ‘Rustig’ zeg je tegen jezelf, ‘Adem in, adem uit’. Maar inwendig schreeuw je.

Overweldigend schuldgevoel

Even later, terwijl je staat te koken met de boosheid nog steeds borrelend vlak onder je huid, wetend dat je kroost deze zorgvuldige geprepareerde maaltijd zo meteen toch met opgetrokken neuzen opzij schuift, krijg je keihard een NERF-pijltje tegen je rug geschoten. En dan ontplof je. Je smijt je spatel in de gootsteen, draait je witheet om en rukt dat rottige pistool uit de handen van je zoon. De vlammen schieten nog net niet uit je ogen, maar als blikken konden doden was hij ter plekke aan je voeten neergevallen. En dan kijk je in zijn ogen, zie je die bedremmelde blik die zegt: ‘waarom is mama altijd boos op mij?’ Het schuldgevoel is overweldigend. Dit wil je niet. Iedere dag neem je je voor dat het vandaag anders gaat zijn. Maar dat is het nooit. Je bent een boze moeder. En wat word je daar ontzettend verdrietig van.

Een beetje waardering en dankbaarheid

Je bent niet de enige. We zijn allemaal boze moeders. Dat korte lontje hebben we allemaal. We kunnen allemaal onze irritatie nauwelijks bedwingen als papa na een lange dag ‘s avonds komt binnenzeilen en de vrolijke, relaxte dude gaat uithangen. Die rondslingerende schoenen in de hal lijken een ramp van gigantische proporties en we kunnen de neiging om te gaan gillen als de kinderen weer eens beginnen te kibbelen nauwelijks onderdrukken. Het zijn kleine dingen, maar samen vormen ze een vulkaan die langzaam borrelt tot hij uiteindelijk spectaculair tot uitbarsting komt. Waarom maken zulke kleine dingen ons zo boos? Die zijn het toch niet waard om je zo druk om te maken? Dat klopt, maar eigenlijk zijn we ook helemaal niet boos. We zijn moe. Heel erg moe. En als al die mensen voor wie we zorgen dan iedere fucking keer hun fucking schoenen en fucking luiers en half afgekloven fucking Liga’s laten slingeren worden we boos. Want is er dan niemand die een klein beetje waardering op kan brengen voor alles wat we doen? Een heel klein beetje dankbaarheid? Is dat echt zoveel gevraagd? Mama heeft af en toe ook een aai over haar bol nodig.

Vandaag doe ik het anders

Heel lang was ik ook een boze moeder. Dat vond ik verschrikkelijk. Ik vond mezelf verschrikkelijk. Herkende mezelf niet meer. Ik wilde helemaal niet uitvallen tegen mijn kinderen over onbenullige dingen. Ik vond het vreselijk dat ik al geïrriteerd raakte als mijn man ‘s avonds over de drempel stapte, terwijl ik juist de hele dag reikhalzend had uitgekeken naar zijn thuiskomst. Iedere ochtend als de wekker ging zei ik tegen mezelf dat ik het vandaag anders zou doen. Me niet zo zou laten opfokken. Dat ik tot tien zou tellen. Tot ik niet nog een keer tot tien kon tellen. En van binnen toch ontplofte. Ik dacht dat het boosheid was, maar eigenlijk was het wanhoop. Omdat ik zo vaak overweldigd was, me onthand en niet gezien en niet gehoord voelde. Maar ipv om hulp te roepen, mijn hand uit te strekken zodat iemand hem kon pakken, bleef ik stil, deed ik niks. Ja, ik werd boos. Zoals zoveel moeders, die eigenlijk helemaal niet boos zijn, maar juist ontzettend lief.

Als moeders hebben we de neiging altijd de schijn op te houden. Mooi weer te spelen en de buitenwereld te laten denken dat we alles altijd onder controle hebben. Destijds dacht ik dat ik de enige moeder was wiens emmer regelmatig overliep, maar ik weet nu dat de meeste emmers vol zitten. Omdat we nooit iets overgieten als het water richting de rand gaat. Het is logisch dat je dan op een gegeven moment overstroomt en daarom moeten we vragen om een reddingsboei voordat we verzuipen. Je kunt heel lang je hoofd boven water houden door te watertrappen, maar daar word je doodmoe van. En doodmoeie mensen zijn geen leuke mensen. Je bent geen boze moeder. Je bent een lieve moeder. Maar jij hebt ook zorg nodig. En daar mag je best om vragen.

Leave a Comment

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *

Deze website gebruikt Akismet om spam te verminderen. Bekijk hoe je reactie-gegevens worden verwerkt.